Aantal keren bekeken: 0 Auteur: Site-editor Publicatietijd: 25-07-2026 Herkomst: Locatie
**Aluminium lasdraad** is van nature zachter en minder stijf dan staaldraad, waardoor het gevoeliger is voor knikken, knikken en uiteindelijk breken tijdens het **lasproces**. Dit is een veel voorkomende uitdaging bij het **MIG-lassen (GMAW)** van aluminium. De delicate aard van de draad betekent dat eventuele inconsistenties of problemen binnen het **draadaanvoersysteem**, onjuiste machine-instellingen of zelfs een onjuiste techniek snel kunnen leiden tot breuk, wat frustrerende stilstand veroorzaakt en mogelijk de **laskwaliteit** in gevaar brengt.
Het **draadaanvoersysteem** is een vaak voorkomende boosdoener wanneer aluminiumdraad breekt. Verschillende componenten moeten perfect worden geoptimaliseerd voor aluminium:
- **Onjuiste aandrijfrollen:** Het gebruik van aandrijfrollen met V-groef die zijn ontworpen voor staal zal de zachtere aluminiumdraad verpletteren en vervormen, waardoor deze verzwakt en kan breken. Gebruik altijd **aandrijfrollen met U-groef** die speciaal zijn ontworpen voor het vastklemmen van aluminiumdraad.
- **Onjuiste spanning van de aandrijfrol:** Te veel spanning zal de draad plat maken en vervormen, wat tot breuk leidt. Te weinig spanning veroorzaakt uitglijden en inconsistente invoer, wat ook kan leiden tot knikken en breken van de draad, vooral in de liner.
- **Versleten of onjuiste voering:** Een vuile, versleten of onjuiste voering (bijvoorbeeld een stalen voering in plaats van een **Teflon- of nylonvoering**) veroorzaakt overmatige wrijving. Deze verhoogde weerstand zorgt ervoor dat de draad 'vast blijft zitten' en uiteindelijk breekt als de aandrijfrollen blijven duwen.
- **Gekrompen of geknikte pistoolkabel:** Elke scherpe bocht of beschadiging aan de **pistoolkabel** veroorzaakt wrijvingspunten en weerstand, waardoor de draad gemakkelijk kan breken in de voering.
Ja, de machine-instellingen en de staat van uw verbruiksartikelen zijn van cruciaal belang:
- **Problemen met contacttip:**
Het gebruik van een **contacttip** die te klein is voor de draaddiameter veroorzaakt overmatige wrijving en kan ertoe leiden dat de draad in de tip 'stompt' of **terugbrandt**, waardoor deze vaak afsmelt of breekt. Gebruik altijd een punt dat één maat groter is dan de diameter van uw aluminiumdraad (bijvoorbeeld een punt van 1,2 mm voor draad van 1,0 mm).
Een versleten contactpunt, waarbij de boring vergroot of ruw is geworden, kan leiden tot inconsistent elektrisch contact en draadaanvoer, wat kan bijdragen aan breuk. Inspecteer en vervang versleten tips regelmatig.
- **Draadsnelheid te laag:** Als de draadsnelheid te laag is ingesteld voor de spanning, zal de boog proberen de draad sneller te verbruiken dan er wordt toegevoerd, waardoor de punt regelmatig terugbrandt en de draad vervolgens breekt.
De inherente eigenschappen van de **aluminium lasdraad** kunnen ook een factor zijn:
- **Draadhardheid/stijfheid:** Zachtere aluminium draadlegeringen (zoals **ER4043**) zijn gevoeliger voor knikken en breken als het toevoersysteem er niet perfect op is afgestemd. Hardere draden (zoals **ER5356**) zijn over het algemeen stijver en betrouwbaarder.
- **Draaddiameter:** Dunnere draaddiameters zijn inherent minder stijf en kwetsbaarder dan dikkere draaddiameters, waardoor ze gevoeliger zijn voor breuk als zich voedingsproblemen voordoen.
- **Draadspoelkwaliteit:** Slecht gewikkelde spoelen of draden met inconsistenties in diameter kunnen voedingsproblemen veroorzaken die uitmonden in breuk.
Als uw **aluminium lasdraad** voortdurend breekt, controleer dan methodisch deze punten:
- **Inspecteer de aandrijfrollen:** Zorg ervoor dat het schone U-groefrollen zijn en met minimale spanning zijn ingesteld.
- **Controleer de voering:** Controleer of het een schone, goede **Teflon- of nylonvoering** is voor aluminium en vervang deze indien versleten.
- **Juiste contacttip:** Controleer of dit de juiste, extra grote tip voor uw draad is en niet versleten is.
- **Strek de pistoolkabel recht:** Houd de kabel zo recht mogelijk om wrijving te minimaliseren.
- **Spoelspanning aanpassen:** Zorg ervoor dat de spoelspanning net genoeg is om te voorkomen dat de spoel vrij rondloopt (vogelnesten), maar niet zo strak dat er weerstand ontstaat.
- **Instellingen optimaliseren:** Pas **draadsnelheid** en spanning aan voor een soepele, stabiele boog, zodat de draad niet terugbrandt of stoot.
- **Overweeg draadtype:** Als u voortdurend worstelt met een zeer zachte legering of een dunne diameter, overweeg dan of een hardere legering (indien compatibel met uw basismetaal) of een iets dikkere draad de doorvoerbaarheid zou kunnen verbeteren.
Als u deze factoren systematisch aanpakt, vermindert u het aantal gevallen van **draadbreuk** aanzienlijk en verbetert u uw algehele ervaring met **aluminiumlassen**.